14.25-15.35 Derde ronde workshop en symposia

W2 Waardigheid en trots: persoonsgerichter werken met behulp van zorgleefplannen
In 2015 is het programma Waardigheid en trots, ruimte voor verpleeghuizen gestart. In het plan van aanpak is beschreven dat ‘goede zorg voor ouderen in verpleeghuizen in essentie draait om maximaal behoud van zelfrespect en kwaliteit van leven. Zorg die aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de cliënt, met warme betrokkenheid van familie en naasten: waardigheid. Zorg die met plezier geleverd wordt door gemotiveerde verzorgenden, verpleegkundigen en behandelaars. Zorg die voldoet aan hun beroepsstandaard geleverd in een beschermde woningomgeving, waar sprake is van: (beroeps)trots. Dat zijn de sleutelelementen voor liefdevolle zorg voor onze ouderen.’In deze workshop nemen we de deelnemers aan de hand van goede voorbeelden van verschillende ouderenzorgorganisaties mee in het proces van een cliënt kennen naar zorg die hier optimaal bij aansluit. Hoe krijg je een goed beeld van de wensen en behoeften van cliënten? Kent u de cliënten die in uw organisatie wonen? Weet u wat op dit moment het belangrijkst voor hen is in hun leven? Is veel van iemand weten hetzelfde als iemand kennen? Wat doet u met deze informatie? En hoe zorgen andere organisaties ervoor dat het proces verder gaat van de cliënt kennen naar het vastleggen in een zorgleefplan en het daadwerkelijk handelen naar en evalueren van de gemaakte afspraken.  

S11 De inzet van technologie bij ouderen; veelbelovend maar niet vanzelfsprekend
De hervormingen in de zorg,- en welzijnssector zijn de aanleiding om de ondersteuning van ouderen  zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving te laten plaatsvinden. Daarnaast wordt gestreefd naar actief burgerschap waarin een groot appèl wordt gedaan op zelfredzaamheid en een gezonde leefstijl. De inzet van technologie wordt gezien als een veelbelovende ontwikkeling om dit mogelijk te maken. Uit de jaarlijks terugkerende eHealth monitor van Nivel/Nictiz blijkt echter dat er weliswaar steeds meer gebruik gemaakt wordt van allerlei vormen van technologie, maar dat de beloftes  ten aanzien van technologie nog niet worden waargemaakt. Er is meer aandacht nodig voor de maatschappelijke innovatie om deze potentie wel te benutten. Aspecten die hierbij van belang zijn betreffen o.a. de samenwerking tussen ouderen, mantelzorgers en zorgprofessionals, kennisdeling, en een optimale implementatie van het gebruik van technologie in het zorgproces. In dit symposium worden vier projecten gepresenteerd waarin het gebruik van technologie bij ouderen centraal staat. De eerste twee projecten gaan in op allerlei vormen van technologie in de zorg voor mensen met dementie en de samenwerking tussen formele en informele zorg. De daaropvolgende twee projecten doen verslag van het gebruik van technologie om bewegen bij ouderen te stimuleren.

S12 Goede preventieve ouderenzorg: waar liggen kansen en mogelijkheden voor verbetering? 
Het aantal ouderen in Nederland groeit en ook het aantal kwetsbare ouderen neemt hierdoor toe. Het huidige beleid is erop gericht om ouderen te stimuleren zo lang mogelijk thuis te blijven wonen en te functioneren met hulp vanuit eigen sociaal netwerk en met zorg en ondersteuning in de buurt. Ouderen kunnen problemen krijgen op het gebied van gezondheid, welzijn en wonen. Diverse initiatieven zijn in gang gezet om deze problemen bij ouderen uit te stellen of te voorkomen, waardoor zij mogelijk langer zelfstandig kunnen blijven functioneren en wonen. Voorbeelden van dergelijke initiatieven op het gebied van preventieve ouderenzorg zijn vroegsignalering bij (kwetsbare) ouderen en regionale geïntegreerde ouderenzorgprogramma’s. In dit soort initiatieven streeft men naar het centraal zetten van de behoeften en mogelijkheden van ouderen en betere samenwerking en afstemming tussen verschillende partijen die preventie, zorg en welzijn bieden. Met deze initiatieven beoogt men zowel de gezondheid van ouderen en de kwaliteit van zorg te verbeteren, als de kostengroei te beheersen. De eerste presentatie van dit symposium gaat in op belangrijke elementen van goede preventieve ouderenzorg. De tweede presentatie gaat over hoe samenwerking en afstemming rondom vroegsignalering bij kwetsbare ouderen kunnen worden vormgegeven en verbeterd. In de derde presentatie geven we de ervaringen rondom SamenOud, een geïntegreerd programma voor preventieve en proactieve zorg en begeleiding van thuiswonende ouderen zoals dat geïmplementeerd is in het noorden van Nederland, weer. Na de presentaties gaan we graag met de aanwezigen in discussie over hoe preventieve ouderenzorg verder verbeterd kan worden.

S13 Veerkracht bij ouderen: wederkerige relaties tussen sociaal functioneren en lichamelijk, cognitief en emotioneel functioneren binnen de LASA studie
Het sociale functioneren van ouderen staat niet op zichzelf. We weten uit eerder onderzoek dat fysiek, cognitief en emotioneel functioneren dit beïnvloeden. In de Longitudinal Ageing Study Amsterdam wordt al 25 jaar (longitudinale) data verzameld over deze vier domeinen van functioneren. Daarmee is de studie bij uitstek geschikt om vragen over de afhankelijkheid van domeinen van functioneren in de ouderdom te onderzoeken. In dit symposium brengen we verbanden tussen het sociale domein enerzijds, en de andere drie domeinen van functioneren anderzijds beter in kaart. We vragen ons hierbij af of er niet alleen samenhang is tussen domeinen, maar ook sprake causaliteit is: , veranderingen in functioneren in een domein leiden tot veranderingen in een ander domein. De eerste studie gaat over verklaringen van veerkracht bij ouderen met een lage sociaaleconomische positie in de verschillende domeinen van functioneren. De tweede studie gaat over hoe sociale netwerken de gezondheid van ouderen beïnvloeden, en vice versa. In de derde studie kijken we naar welke factoren de relatie tussen ontvangen sociale steun en functionele capaciteit verklaren.

S14 Ontwikkeling van beroepspraktijken: De waarde van toegepast onderzoek
Organisaties uit diverse sectoren hebben in toenemende mate te maken met een ouder wordende doelgroep. Zij worstelen met een gezamenlijke vraag over hoe zij in hun dienstverlening aansluiting kunnen blijven vinden bij de behoeften van deze heterogene groep. Het blijven ontwikkelen van de beroepspraktijk(en) voor en met de doelgroep is daarom van groot belang. Praktijkgericht onderzoek speelt hierin een essentiële rol.In dit symposium worden vier praktijkgerichte onderzoeken, welke zijn uitgevoerd door studenten van de opleidingen Toegepaste Gerontologie van Fontys Hogeschool Mens en Gezondheid, Eindhoven en Windesheim Hogescholen, Zwolle gepresenteerd. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd bij een woningbouwvereniging, een gemeente, een zorgorganisatie en een onderwijsorganisatie en laten zien dat onderzoek naast het doel ‘kennisontwikkeling’ ook het doel ‘ontwikkeling van de gerontologische beroepspraktijk’ kan dienen.De eerste presentatie geeft inzicht in de beweegredenen die ouderen hebben om wel of juist niet naar een levensloopbestendige woning te verhuizen. De tweede presentatie richt zich op het in kaart brengen van factoren die van belang zijn bij het ontwikkelen van een dementievriendelijke buitenruimte. De derde presentatie richt zich op de doelgroep ‘ouderen met een verstandelijke beperking’ en richt zich op de vraag wat zij verstaan onder ‘het goede leven’. De laatste presentatie betreft een onderzoek naar de behoeften onder ouderen in de derde levensfase aan het volgen van gerontologisch onderwijs op HBO niveau.

S15 Sociale vitalisering in wooncomplexen voor ouderen: mogelijkheden en grenzen 
Sociale participatie is belangrijk voor het welbevinden van ouderen, maar bij het stijgen van de leeftijd nemen de mogelijkheden om deel te nemen aan sociale activiteiten af. In de huidige beleidscontext wordt ook de professionele activiteitenbegeleiding in wooncomplexen voor ouderen afgebouwd. Het is de bedoeling dat ouderen zelf sociale activiteiten organiseren, zo nodig met ondersteuning van beroepskrachten. Diverse onderzoeken laten zien dat niet alle ouderen voldoende zelforganiserende vermogens hebben om dit te kunnen. Hierdoor zijn er in wooncomplexen minder activiteiten en minder ontmoetingsmogelijkheden, met ongewenste gevolgen voor het welbevinden en de kwaliteit van leven van ouderen.Het Experiment Vitale woongemeenschappen, uitgevoerd door Platform31 en het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg, is gericht op de mogelijkheden voor gemeenschapsvorming in wooncomplexen voor ouderen. In het experiment werken bewoners en professionals met behulp van een methodische aanpak aan sociale vitalisering in tien wooncomplexen voor ouderen, verspreid over het land. In dit symposium worden de resultaten van het begeleidend onderzoek naar het verloop en de uitkomsten van dit experiment gepresenteerd. Het onderzoek omvatte een kwantitatieve nul- en nameting en een kwalitatief onderzoek gedurende de tussenliggende periode. De eerste presentatie geeft inzicht in de vraag of (en waardoor) sociale activiteiten in de woonomgeving al dan niet zijn toegenomen. De tweede presentatie laat de impact van een methodische beïnvloeding op het zelforganiserende vermogen van ouderen en het sociale klimaat in de wooncomplexen zien. De laatste presentatie maakt duidelijk onder welke voorwaarden interventies voor sociale vitalisering in wooncomplexen voor ouderen succesvol kunnen zijn en welke professionele ondersteuning nodig is.